De goudvis is een schuwe en sterke vis, die zich snel vermeerdert.
Hoewel het leven van de goudvis zich voornamelijk op de bodem van de vijver afspeelt, is de goudvis door zijn verschijning die varieert in kleur en tekening, opvallend aanwezig in de vijver.
Geschikt voor de vijver
Goudvissen zijn zeer geschikt voor biologische siervijvers.
Ze behoren tot de karperachtigen. Ondanks dat ze in de grond woelen, valt hun vernielzucht best mee.
Variaties
Goudvissen zijn er in allerlei variëteiten, met verschillende kleuren en vormen. Met name de kleurrijke Shubunkin, de Sarasa en de Oranda belasten de vijver nauwelijks. Deze soorten hebben minder de neiging om te woelen en zijn daarom zeer aanbevelenswaardig voor de siervijver.
Al eeuwen een siervis
De normale goudvis is een kleurvariëteit van een karperachtige vis, vermoedelijk de carassius gibelio. In China werden al vóór de jaartelling goudvissen als siervissen gehouden.
In West-Europa werden ze in de achttiende eeuw geïntroduceerd. Sinds die tijd is er een groot aantal kweekvormen ontstaan, in Europa, maar vooral ook in Japan en China.
Voedsel
Op hun zoektocht naar voedsel, woelen goudvissen de bodem van de vijver om en 'grazen' ze de met algen bedekte decoratiestukken af.
Als het bodemsubstraat in je vijver relatief schoon is, hoeft dit geen schade voor de vijver op te leveren. Als de vijverbodem een dikke sliblaag heeft, kunnen met name de grotere vissen voor veel stof in de vijver zorgen.
Voortplanting
In gezonde vijvers met ondiepe gedeelten en voldoende plantengroei, plant de goudvis zich snel en makkelijk voort. Om het milieu in de vijver op langere termijn niet te veel te belasten, doe je er verstandig aan de jonge vissen regelmatig te vangen en elders uit te zetten.
Afkomstig van: Tuinfo.nl


